groep 094 Zevenaar

 
ACTIVITEITEN - NIEUWS - ACTIES - SCHRIJFACTIESDOODSTRAFRAN
SCHOLENWERKURGENT ACTIONS
ACTIEF IN DE WERKGROEP?
LINKS
      HOME

 

 

Doodstraf


Een Chinese parlementariër schatte vorig jaar het aantal executies in zijn land op ongeveer tienduizend.

Amnesty International voert al jarenlang actie tegen de doodstraf. Eind april kwam het jaarlijkse doodstrafrapport uit met daarin relatief goed nieuws: wereldwijd passen steeds minder landen de doodstraf toe. Amnesty verwacht dat deze straf uiteindelijk – zij het op de zeer lange termijn - volledig zal verdwijnen

‘Mijn naam is Leyla Mafi en ik woon in Iran. Toen ik acht was moest ik me van mijn moeder prostitueren om aan geld te komen. Hierna ben ik meerdere keren verkracht en heb ik geslachtsgemeenschap gehad met familie. Ook ben ik moeder van een kind. Er zijn mensen die zeggen dat dit een onwettig kind is. In februari 2004 heeft de politie me hierom gearresteerd. Ze zeiden dat ik geen seks had mogen hebben voor geld en geen kind had mogen krijgen. De rechter veroordeelde me tot de doodstraf.’

In de afgelopen twintig jaar is het aantal landen dat de doodstraf toepast gehalveerd. Vorig jaar schaften Mexico en Liberia de doodstraf volledig af waardoor het aantal landen zonder doodstraf nu op 86 ligt. Slechts 22 landen passen de doodstraf nog daadwerkelijk toe.
Ook komen er steeds meer internationale verdragen en protocollen die landen oproepen om de straf af te schaffen of slechts toe te passen voor de meest ernstige misdrijven. Deze afspraken worden in verschillende landen helaas op uiteenlopende manieren geïnterpreteerd. Zo werd in september 1994 de Nederlander Johannes van Damme in Singapore opgehangen omdat hij ruim vier kilo heroïne in zijn koffer had. De redenering van Singapore is dat drugshandelaren de levens van vele drugsverslaafden ruïneren en zo indirect een van de meest ernstige misdrijven plegen. Hoewel wereldwijd de meeste landen de doodstraf niet meer toepassen, woont ruim vijfentachtig procent van de wereldbevolking in een van de landen die de doodstraf wel kennen.
China voert verreweg de meeste executies uit. Bij Amnesty is bekend dat daar vorig jaar 1.770 mensen zijn geëxecuteerd. Dit aantal ligt in werkelijkheid een stuk hoger, maar is onbekend omdat de autoriteiten dit niet openbaar maken. Een Chinese parlementariër schatte vorig jaar het aantal executies op ongeveer tienduizend.

‘De maatschappelijk werkers met wie ik heb gepraat zeggen dat ik de mentale leeftijd heb van een meisje van 8. Anderen zeggen weer dat ik 20 ben. Van mijn advocaat begreep ik dat verschillende buitenlandse organisaties actie voor mij voeren. Ze vinden het niet terecht dat ik de doodstraf heb gekregen. Door deze acties ging de rechtbank nog eens nadenken of
ik wel gedood moest worden. Ik hoopte dat ze van gedachten zouden veranderen.’


Sinds de afschaffing van de doodstraf in Nederland in 1870 zijn er altijd stemmen opgegaan om de straf opnieuw in te voeren. Volgens peilingen is in Nederland ongeveer veertig procent van de bevolking voor de doodstraf.

Binnen de politiek is herinvoering van de doodstraf echter onbespreekbaar. Toen in 2002 de toenmalige minister van Integratie Nawijn in een interview met Nieuwe Revu opperde de doodstraf weer toe te passen, leidde dit tot veel commotie in Den Haag.
Minister Donner van Justitie gaf tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer aan waarom in Nederland de doodstraf onbespreekbaar is. Hij zei onder meer dat de doodstraf een uitermate ongelijke straf is: ‘De begrippen leven en sterven hebben niet voor alle mensen een gelijke betekenis. De doodstraf kan een verlossing zijn, in ruil voor het vooruitzicht om levenslang in een cel te moeten zitten.’ Een goed voorbeeld hiervan is de tot de doodstraf veroordeelde terrorist Amrozi, die in oktober 2002 een aanslag op het Indonesische eiland Bali pleegde. Hij moest breeduit lachen toen hij het vonnis hoorde, omdat hij geloofde dat hij na zijn dood in het paradijs terecht zou komen.

Een veelgebruikt argument voor de doodstraf is de preventieve werking die er vanuit zou gaan. Uit meerdere studies is echter gebleken dat dit niet het geval is. Er is geen verband tussen de doodstraf en het aantal ernstige misdaden dat gepleegd wordt.
Dat een ter dood gebrachte dader nooit meer in staat is om opnieuw een misdrijf te plegen, is een ander veelgehoord argument voor de doodstraf. Dit is in strijd met ons rechtssysteem. Een rechter mag iemand alleen straffen voor daden die hij heeft gepleegd en niet voor mogelijke daden in de toekomst. Bovendien berust ons strafsysteem op de gedachte dat iemand zijn leven kan verbeteren. Zo zei Donner destijds in de Tweede Kamer: ‘Wij kunnen in Nederland iemand levenslang geven. Die straf is erop gericht dat iemand niet meer in de samenleving terug kan komen. Na twintig jaar kan in bepaalde gevallen gratie worden verleend. Dat vormt een ander aspect van de doodstraf: die wordt opgelegd op een moment dat de afkeer en de weerzin het grootst is. Na verloop van tijd kan men zich echter afvragen of de straf nog wel kan. Op dezelfde wijze heeft in Nederland zich de situatie voorgedaan met “de drie van Breda”. Hun doodstraf was omgezet in levenslang. Op een goed moment ging de samenleving zich echter afvragen of die straf nog gerechtvaardigd was.’

Een argument tegen de doodstraf is dat deze onomkeerbaar is. In het verleden zijn er vaak mensen geëxecuteerd die later onschuldig bleken te zijn. Zo zijn in de Verenigde Staten tussen 1976 en 1999 in totaal 79 personen uit de dodencel vrijgelaten nadat was gebleken dat zij ten onrechte veroordeeld waren tot de doodstraf. In 23 zaken in de twintigste eeuw kwam deze vaststelling pas nadat de veroordeelden waren terechtgesteld. Ook wordt de doodstraf vaak discriminerend toegepast en treft ze vooral zwakkere groepen in de samenleving. Zo wordt in de VS veel vaker de doodstraf geëist tegen zwarte verdachten. 80 procent van alle geëxecuteerden sinds 1977 is veroordeeld voor moord op een wit slachtoffer, terwijl het aantal zwarte en witte slachtoffers ongeveer even hoog is.
Maar het belangrijkste argument dat Amnesty gebruikt tegen de doodstraf is dat ieder mens altijd het recht op leven heeft; artikel 3 van de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens gaat hierover. De doodstraf is de ultieme schending van dit mensenrecht.

Vorig jaar zei een andere rechter dat ik toch niet zou worden vermoord. Ik ben blij dat ik mag blijven leven. Ook hoef ik niet lang meer in de gevangenis te zitten. Wel moet ik nog een tijd in een rehabilitatiecentrum blijven en kreeg ik in februari 99 zweepslagen. Maar in oktober kom ik eindelijk vrij.’

Het verhaal van Leyla Mafi is gereconstrueerd uit rapporten van Amnesty International door Arend Hulshof